Het werpspel

Materiaal: 4 amforen, walnoten

Dit werpspel wordt met deelnemers tot 8 jaar gedaan op de palaestra. Bij slecht weer kun je onder de porticus gaan staan of in een binnenruimte afspreken. Je deelt de groep in 4 kleinere groepjes (het kunnen ook 2 of 3 groepjes zijn als de totale groep minder is dan 20 kinderen). Je trekt een streep in het zand op een bepaalde afstand van de amforen (afstand afhankelijk van de leeftijd). Daar moeten de vier groepjes achter gaan staan. Ieder groepje krijgt een bepaalde hoeveelheid walnoten (bijvoorbeeld voor ieder kind 5). Het is de bedoeling de walnoten in de amfoor te gooien. Laat de begeleider de stand bijhouden door met een stokje streepjes in het zand te zetten. het groepje dat de meeste walnoten in de amfoor heeft gegooid, is winnaar.

Het woord amfoor, eigenlijk amfora, komt uit het Grieks, van amphi = aan weerskanten en phero = dragen. Het is dus een vaas, die aan twee kanten gedragen kan worden, hij heeft dan ook aan weerskanten een handvat. Er waren amforen met een voetstuk en amforen die uitliepen in een punt. Deze konden in de grond gestoken worden, of in een houder geplaatst. De amforen dienden om wijn of olie in te bewaren of te vervoeren.